Uit: De Rotonde
25 mei 2009
Mijn vierde keer …
Als oplettende lezer van de Rotonde zult u zich ongetwijfeld afvragen of u de vorige twee edities van dit blad heeft gemist. Want waar zijn mijn tweede en derde keer gebleven? Ik kan u gerust stellen, die ervaringen beschrijf ik misschien nog eens in een volgende editie. Ik wil u nu vertellen over mijn vierde keer. Het begon in januari en duurde maar liefst zes weken, waarin ik vijf dagen per week, acht uur per dag, de scepter zwaaide over 14 mannen! Lees eerst verder, voordat u slecht over mij gaat denken …
In den beginne …
Ruim vier jaar geleden werd ik door Ab de Bruijn van het Regio College gevraagd om in Heerhugowaard gedurende zes weken de – toen gloednieuwe – cursus Asfaltafwerker te geven. Het bleek een tweejarige cursus te zijn, waarbij het tweede deel het jaar daarop gegeven zou worden. Een hele uitdaging waarover ik eerst een nachtje moest slapen.
Ervaring?
Ik had wel eens een les verzorgd voor SPG’ers over weginspectie. Een lesje van een uur waarvoor ik ongeveer acht uur voorbereidingstijd nodig had, aangezien ik de ballen verstand had van weginspectie. Ook ooit een verhaaltje gehouden voor asfaltverwerkers over infrarood temperatuurmeting? Het publiek bestond uit zo’n 60 wegenbouwers die een hele week intern zaten bij de SBW in Harderwijk en daar schoon genoeg van hadden wegens gebrek aan biljarttafels.
En ja, daar kom ik iets vertellen over zo’n boeiend onderwerp als een infrarood thermometer! Omdat de gevoelstemperatuur van het publiek in de zaal niet ver boven het vriespunt lag, begon ik met: “Heren, dit hier is een infrarood thermometer en daarmee kunt u de temperatuur meten. Ik dank u voor uw aandacht.” En toen werd het stil in de zaal. Uiteraard heb ik alsnog mijn – met bloed, zweet en tranen voorbereide – verhaaltje verteld (ik was er nu toch). Heel leerzaam, zullen we maar zeggen.
Ook in mijn VBW-tijd heb ik lezingen over asfalt gehouden bij MTS‘en weg- en waterbouw in heel Nederland. Toen nog met dia’s, waarbij de eerste de beste keer de slee met dia’s uit mijn hand kletterde, zodat alle dia’s weer gesorteerd moesten worden en vervolgens vrijwel allemaal op z’n kop op het scherm geprojecteerd werden.
Ik heb zelfs een blauwe maandag op de PABO gezeten. De twee dagen per week stage op de Eerste Montessorischool in Amsterdam waren wel leerzaam. Het was een particuliere school. Kinderen met dubbele achternaam, uitsluitend merkkleding en hete piepers in de strot. Maar het kwam voornamelijk door de leraren op die PABO dat ik voor mijzelf besloot dat het onderwijs niet mijn roeping was. Hoe raar kan het lopen.
De cursus
Ik kan me goed herinneren dat ik, voor aanvang van de allereerste cursus, Piet van Stek (mijn vroegere baas bij VBW) aan de telefoon had. “Zes weken over asfalt praten”, riep hij ontzet: “Wat ga je ze dan in godsnaam allemaal vertellen?” Gelukkig was er al een soort programma opgesteld, waarbij ook een aantal gastdocenten waren ingeroosterd. Hoewel de titel van de cursus anders doet vermoeden, gaat deze zeker niet alleen over asfalt afwerken. In feite is dat maar één van de 18 hoofdstukken van het lesboek. Bovendien, wat moet ik asfaltafwerkers, met vaak jaren ervaring, nog over hun vak vertellen? Nee, de cursus is veel en veel breder van opzet.
We beginnen het eerste jaar met de voorschriften, RAW- en andere bestekken, tekening lezen, meten en uitzetten (deze praktijklessen worden gegeven onder de bezielende leiding van Ed Seuren), aardebaan en fundering, wegconstructies, de ingrediënten van asfalt en als hoogtepunt: de werking van een asfaltinstallatie. Ook communicatieve vaardigheden komen aan bod. Want er wordt in de (asfalt-)wereld veel gesproken maar weinig gezegd en veel gehoord maar weinig geluisterd, dus zo’n training is best nuttig en nog leuk ook (vooral het onderdeel conflicthantering, waar ze wonderbaarlijk goed in blijken te zijn).
Andere onderwerpen zijn onderhoud kleinmaterieel, dompelpompen, compressoren, trilplaatjes, et cetera. Er zijn gastoptredens van mensen uit het bedrijfsleven van onder andere een zekere wegenbouwer uit Scharwoude maar, om het Ooms-gehalte niet al te hoog te laten zijn, ook van andere aannemers. Bovendien zijn er nog excursies naar bijvoorbeeld de recyclinginstallatie van Van Bentum, Sortiva/GP Groot en Infratech.
Tijdens het tweede jaar gaan we dieper in op het thema ‘asfalt’ (werkvoorbereiding en asfaltplanning, asfaltsoorten, transport en verwerken, schadebeelden en onderhoudstechnieken, hergebruik, KAM zorg en veiligheid). Ook in het tweede jaar hebben we excursies, zoals naar de asfaltinstallatie in Schagen, het wegenbouwmuseum Harderwijk, HVC Alkmaar, Kuiken grondverzet Emmeloord en er zijn opnieuw diverse gastdocenten.
Al met al een gevarieerd programma, want ik geef het je te doen: zes weken in de klas zitten, terwijl je normaal gesproken (en veel liever) buiten aan het werk bent! Ik was dan ook blij dat het deze periode nat en koud was. Als de zon schijnt wordt het namelijk heel onrustig in de klas.
De cursisten
In de groep had ik jongens (leeftijd 20 tot 50 jaar) van verschillende aannemers, zoals VBK, Dura-Vermeer, Schelvis, KWS, MNO, Van de Veekens en natuurlijk Ooms. Niet alleen asfaltafwerkers, maar ook balkmannen, (wals)machinisten, kleefwagenchauffeurs en uitvoerders. De eerste week is het even wennen, zitvlees moet weer gekweekt worden, mobieltjes op stil gezet (tenzij je vrouw moet bevallen wat ik de eerste twee jaar inderdaad heb meegemaakt), pennen en kladblokken uitgedeeld (“Oh, heb je een pen nodig op school?”) en dan als klap op de vuurpijl de mededeling dat ze in het competentiegericht onderwijs zijn beland (“huh???”) en dat ze aan hun portfolio gaan werken. Nou, ik kan u verzekeren dat ze het p-woord na deze weken niet meer konden horen! In een portfolio zitten niet alleen je persoonsgegevens, maar ook kopieën van diploma’s en certificaten (“Kan ik niet vinden juf, liggen ergens in een doos op zolder”), praktijkopdrachten die deels op papier uitgewerkt moeten worden, verslagen van werkbezoeken, et cetera. Met veel knip- en plakwerk, soms handgeschreven, soms met de computer gemaakte verslagen en foto’s tijdens werk(bezoeken) gemaakt, kwamen de meesten toch een heel eind.
De beoordeling
Aan het eind van het eerste en tweede jaar moet er een schriftelijk examen worden afgelegd. Daarnaast zijn de mannen in de loop van het jaar op de werkplek bezocht en beoordeeld. De inhoud van de portfolio’s wordt gecontroleerd en er is een mondelinge proeve van bekwaamheid, waarbij een schets van een bepaald werk wordt voorgelegd. De cursist mag dan vertellen hoe hij het werk vanaf de voorbereiding (= wegafzetting plaatsen) tot en met het einde (= openstelling voor verkeer) zou aanpakken. Ook krijgen ze een zogenaamde vrije opdracht. In mijn groep hadden we bijvoorbeeld een compleet verslag van de aankoop van een huis, de aankoop van een grote kermisattractie, een (asfalt-)les gegeven op een school, vrijwilligerswerk op de Henry Dunant en in een manege en een discussiegroep over de aanleg van de nieuwe snelweg door Amelisweerd (inclusief standpunten van politieke partijen, omwonenden, natuurbescherming, et cetera), waarbij de helft van de groep voor en de andere helft tegen de aanleg was. Alle bovenstaande onderdelen moeten (minimaal) voldoende zijn om te kunnen slagen.
En de juf …
Wat is er nou zo leuk aan het lesgeven aan zo’n groep? Eh, heeft u even ...?
Je hoeft nergens heen in de kerstvakantie, want die zit volgeboekt met voorbereidingen. Gedurende zes weken kun je de tv-gids opzeggen, want geen tijd om tv te kijken. Je vindt soms een condoom in je laptop (“Juf, moeten we niet een filmpje kijken?”), wat de klas overigens de dag daarna een oefenexamen met 84 vragen opleverde. Ze komen met vlaggetjes en ballonnen aanzetten, die ze bij de MAC hebben gekregen en die de rest van de tijd naast het condoom aan het plafond hebben gehangen. Mijn directe collega’s zijn ware ‘milieuactivisten’, ze hebben mijn (werk-)belangen uitstekend behartigd. Je hoeft niet bang te zijn dat je van het roken afkomt. Je hoort de gekste ringtones en krijgt de wonderlijkste foto’s en filmpjes op mobieltjes te zien. De saamhorigheid onder de verschillende bedrijven is bijzonder groot. Er zaten jongens bij uit Den Haag en Friesland. Soms waren we op tijd klaar, maar lang niet altijd: ze gaven er niet om. Degene die in het begin het meest sceptisch was, bleek uiteindelijk mijn meest gemotiveerde leerling (in plat Haags: “Ach, ik dach die mèd doet ook d’r bes.”) Halverwege het jaar word je opgebeld: “Juf, ik sta hier op een ondergrond met weinig draagkracht.” Of je krijgt een week na de cursus een sms-je: “Nog 46 weken, dan mogen we weer naar school!” En zo kan ik nog wel even doorgaan.
Natuurlijk zijn alle jongens dik en dik geslaagd. Hard werken wordt (hier) beloond. Ik heb ze gehuldigd met een medaille (de ‘Willemsorde’) en kreeg van de klas onder andere een Mega Mindy vriendenboekje, waar ze allemaal een foto ingeplakt hadden met bijbehorend tekstje. Need I say more …
Hoe ik mij voelde na deze vierde keer? Zoals het hoort: moe, maar weer buitengewoon gelukkig.
Ingrid Willems