Opleidingen Verzorgende-IG en 
Mbo-verpleegkundige gekozen tot opleiding van het jaar 2010
Op 31 januari maakte wethouder Corrie Noom van de gemeente Zaanstad bekend, welk team de felbegeerde titel Opleiding van het jaar 2010 mag voeren. Uiteindelijk ging het tussen de opleidingen Mbo-verpleegkundige & Verzorgende-IG en Kaderfunctionaris uitvoering bouw & infra. “Beide opleidingen zijn sterk in de aansluiting bij de praktijk, hebben enthousiaste docenten die staan voor wat ze doen, met deelnemers die vinden dat zij op de beste opleiding van het Regio College zitten”, aldus de jury. Het vele ontwikkelwerk dat de opleiding V&V samen met de praktijk heeft gedaan om te komen waar ze nu is, gaf voor de jury de doorslag. Een gesprek met docenten Corrie Klut en Tea Pruimboom.
“In eerste instantie hadden we ons niet aangemeld. Te druk. Het kost nu eenmaal veel tijd om zo’n goede opleiding te maken!” vertelt Tea. “Uiteindelijk heeft Maria Schuurman namens het team de handschoen opgepakt.” Het team is trots op de titel. “Vooraf had menigeen zoiets van: wat stelt het nu voor? Toen puntje bij paaltje kwam bleken de meeste docenten zenuwachtiger voor de uitslag dan gedacht, het leefde wel. Het heeft ook in de krant gestaan en mensen vroegen ernaar tijdens het open huis, dat is leuk.”
Arbeidsintensief
Corrie: “Wij waren een van de eerste opleidingen hier die begonnen met de invoering van CGO. In het begin was het niet eenvoudig, maar we hebben het met elkaar goed vorm gegeven. Met de kwalificatiedossiers als uitgangspunt hebben we gekeken hoe we onderwijs en examens daarop moesten aanpassen. Ons onderwijs is afgestemd op de praktijksituatie waar de deelnemers werken. Dat betekent dat ze de volgorde van wat ze afronden kunnen laten aansluiten bij wat ze leren en kunnen doen in de praktijk. Daar leren ze het vak; wat ze tegenkomen nemen ze mee naar school, de theorie nemen ze mee naar de praktijk.” Tea: “Dat heeft als consequentie dat de begeleiding heel erg één op één is en dus veel tijd kost. We zoeken nog naar manieren om dat minder arbeidsintensief te maken.”
Moeilijke opleiding
“Deelnemers vinden het een moeilijke opleiding. Dat zie ik als compliment”, zegt Corrie trots. “Ze moeten er echt iets voor doen. We proberen deelnemers enthousiast te maken voor het vak. Dat lukt vaak wel. Ons team bestaat voor het merendeel uit mensen die op de een of andere manier een achtergrond hebben in de zorg. We merken dat deelnemers tevreden zijn. Ze vinden het prettig dat het programma redelijk vast ligt en dat we veel klassikaal werken. Dat is deels uit nood, omdat we anders te kleine klassen hebben. Opmerkingen van deelnemers over bewijzen, lessen, toetsen, en dergelijke, nemen we serieus. Contacten met docenten zijn laagdrempelig, iedereen kent elkaar.”
Kritische, zelfbewuste professionals
“We zijn inmiddels toe aan het zesde kwalificatiedossier. Die aanpassingen moet je verwerken. En dingen kunnen altijd beter”, vervolgt Corrie. “We hebben in de loop der tijd geleerd om onderop, dus bij het team, te beginnen. Samen kijken we naar de dossiers, hoe zitten we daarin, hoe sluiten we ons onderwijs aan. Dat leggen we voor aan de praktijk, passen we zo nodig weer aan, et cetera. Er is steeds overleg en dat wordt goed ontvangen.”
In de praktijk zijn ze ook positief over de deelnemers die het Regio College aflevert. “De huidige afgestudeerden zijn kritische, zelfbewuste professionals”, stelt Monica Koster, een van de praktijkopleiders bij Evean. Corrie: “Daar kleeft ook een nadeel aan. De praktijk is niet altijd ideaal. Leerlingen komen terecht in gevestigde, grote instellingen en vragen: ‘waarom doen jullie dat zo?’. Ze nemen geen genoegen met: ‘omdat we het altijd zo doen’. Soms is het voor deelnemers moeilijk om daarmee om te gaan. Leerlingen komen niet altijd in een gespreid bedje terecht.”
Verbeterpunten
“We zijn goed bezig, maar er zijn altijd verbeterpunten” zeggen Corrie en Tea. “Het teamwerkplan mag een meer centrale rol krijgen. En er valt nog een en ander te verbeteren aan het lesprogramma. CGO vraagt van jongeren dat ze kunnen plannen, maar de hersengebieden die daarvoor nodig zijn, zijn nog niet altijd uitgerijpt. Wat wil en kun je vragen van pubers? Hoe gaan we daarmee om?” Dat zijn voor ons belangrijke vragen.